Onderwijs

Algemeen Aandachtspunten Zorg op maat
Kunst en Cultuur Sport en Spel Bijzondere lessen
Rapportage Ontwikkelingsgericht onderwijs Cito Eindtoets
Leerlingvolgsysteem Gebruikte lesmethoden

Groepen 1-2

In de onderbouw besteden we veel aandacht aan de taalontwikkeling van de kinderen. Dit gebeurt door het inrichten van een uitdagende spel- en leeromgeving. In de taal-, lees- en letterhoek komen de kinderen op een speelse wijze in aanraking met de eerste lees- en taalactiviteiten. Door gesprekken in de kring, voorlezen door de leerkracht, het werken met de verteltafel en het expliciet aandacht besteden aan het vergroten van de woordenschat bieden wij kinderen een basis tot het kennismaken met taal in velerlei facetten.

Op een zelfde manier wordt in de onderbouw een begin gemaakt met het leren rekenen. Kinderen leren al doende, tijdens hun spel. Wij spelen daarop in door ervoor te zorgen dat er veel materiaal is waar ze van kunnen leren. Daarnaast is er veel aandacht voor samen spelen, zelfstandigheid en expressie. Zo merken de kinderen dat leren leuk is en wordt hun zelfvertrouwen door succeservaringen en sociale interactie en het bereiken van resultaat vergroot. Door observatie en registratie houdt de leerkracht de ontwikkeling van de kinderen bij.

In de onderbouw wordt gewerkt volgens de pricipes van Ontwikkelingsgericht Onderwijs.

In het speellokaal wordt door spel en bewegingsspelletjes aandacht besteed aan de lichamelijke opvoeding. Daarnaast krijgen de kleuters één keer per week les in het gymnastieklokaal. Wij adviseren ouders om voor hun kind gymschoentjes aan te schaffen zodat kinderen niet op hun blote voeten hoeven te gymmen. Speciale gymkleding is niet vereist.

Basisvaardigheden voor groepen 3 t/m 8

In de onderbouw is spelenderwijs een begin gemaakt met taal en rekenen. In de midden- en bovenbouw ontwikkelen de kinderen zich verder aan de hand van bestaande leermethoden.

Natuurlijk verschillen de kinderen in het tempo waarin ze zich ontwikkelen door bijvoorbeeld hun achtergrond, aanleg en motivatie. Zowel de leerkrachten als de methoden die we gebruiken spelen in op die verschillen.

Het taalonderwijs bestond vroeger vooral uit het maken van veel invuloefeningen en dictees. Het ging vooral om foutloos leren schrijven. Dat leren de kinderen nog steeds, maar daarnaast besteden we nu veel meer aandacht aan spreken en luisteren. Ons taalonderwijs is interactief. Dat wil zeggen dat de leerkracht situaties creëert waarin de kinderen zo veel mogelijk samen in reactie op elkaar met taal bezig kunnen zijn. Zo leren de kinderen bijvoorbeeld goed hun eigen mening onder woorden te brengen. De kinderen leren kortom veel van en met elkaar.

Bij het rekenen werd vroeger veruit de meeste tijd besteed aan het maken van sommetjes.

Het kwam vooral neer op het aanleren van trucjes voor het maken van staartdelingen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, enzovoorts. Nu leren de kinderen rekenen door het oplossen van praktische problemen die ze in het dagelijks leven tegenkomen.

Bij het taal- en rekenonderwijs gebruiken we niet alleen leerboeken, wij maken ook gebruik van de computer. Het stelt ons in staat om ons onderwijs meer aan te laten sluiten bij de mogelijkheden van de kinderen.

Software wordt ingezet als aanvulling op de lesstof uit de methoden. Daarnaast maken kinderen in de bovenbouw ook gebruik van het internet om materiaal te zoeken wat zij kunnen gebruiken bij het voorbereiden van een spreekbeurt of het maken van een werkstuk.

Oriëntatie op mens en maatschappij

De wereldoriënterende vakken zijn bij uitstek geschikt om gebruik te maken van de eigen inbreng van de kinderen. Naast de methode werken wij een paar keer per jaar met een thema waarbij de kinderen op onderzoek uitgaan en van allerlei bronnenmateriaal gebruik maken. De thema’s zijn vakoverstijgend, wat wil zeggen dat er naast wereldoriënterende aspecten ook taal- en rekenactiviteiten aan de orde komen.

Burgerschapskunde

Burgerschapskunde, waarmee bedoeld wordt het bijdragen aan integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving, is geen vak apart. Op onze school zitten leerlingen die afkomstig zijn uit verschillende bevolkingsgroepen. Wij besteden aandacht aan de verschillen en de overeenkomsten die er binnen de verschillende culturen zijn. Dit gebeurt bij de leervakken maar ook bij vakoverstijgende projecten. Doel hierbij is begrip en respect te leren opbrengen voor de verschillende cultuurspecifieke uitingen. Kennis van elkaars culturele achtergrond draagt er zo toe bij dat leerlingen het gewoon vinden deel uit te maken van een maatschappij die bestaat uit mensen met een verschillende afkomst maar die elk hun waarde hebben voor de Nederlandse samenleving.